Standpunten

Brief: Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)

Aan de Commissie LNV van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Betreft: Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)

Culemborg, 21 augustus 2018

 

Geachte leden van de Commissie,

Met belangstelling hebben we kennis genomen van de voorstellen van de Europese Commissie voor het GLB in de periode 2021-2027 en de reactie van het kabinet (BNC fiche juli 2018) op deze voorstellen.

De Transitiecoalitie Voedsel beoordeelt deze voorstellen vanuit de noodzaak van een transitie van het landbouw- en voedselsysteem. Het gaat om een holistische aanpak waarbij alle belangen en effecten zorgvuldig worden afgewogen. Wij streven naar een gezond, smakelijk en duurzaam voedingspatroon waarbij een herwaardering van voedsel plaatsvindt en er sprake is van eerlijke marktverhoudingen en beloningen. Het is in het landbouw- en voedselsysteem van groot belang dat de hoge externe maatschappelijke kosten zo snel mogelijk omlaag gaan en zo veel mogelijk worden verwerkt in de marktprijzen. Aldus ontstaat een gelijk speelveld voor alle marktpartijen. Daarbij beschouwen wij de bodem van cruciaal belang voor een circulaire en regeneratieve landbouw. Het GLB zou moeten gaan over productiviteit die gebaseerd is op herstel van de ecologische functionaliteit zodat veel meer zaken  worden bediend die bijdragen aan de 17 Sustainable Development Goals.

Vanuit deze achtergrond komen wij namens de >150 bij ons aangesloten bedrijven, organisaties, experts en instellingen tot de volgende conclusie:

De voorgestelde wijzigingen van het GLB zijn absoluut ontoereikend voor de noodzakelijke omslag in het landbouw- en voedselsysteem. De inzet voor publieke doelen (klimaat, gezond voedsel, biodiversiteit, bodem, landschap etc.) en voor een echte transitie naar een klimaatneutrale, regeneratieve en circulaire landbouw is te gering en te vrijblijvend.

 Onze conclusie onderbouwen we met onderstaande 10 opmerkingen en aanbevelingen:

1. True cost. In het landbouw- en voedselsysteem is sprake van marktfalen omdat externe kosten niet worden verrekend maar afgewenteld. Recente studies tonen aan dat deze maatschappelijke kosten inmiddels in hoogte ongeveer gelijk zijn aan de huidige marktwaarde van voedsel (o.a. studie naar UK voedselmarkt: zie https://sustainablefoodtrust.org/articles/hidden-cost-uk-food/.Ook het PBL heeft schattingen gemaakt van de maatschappelijke kosten van voedselproductie. Om dit marktfalen te corrigeren is een actief overheidsbeleid noodzakelijk. Het nieuwe GLB-beleid lijkt grotendeels een voortzetting van het bestaande beleid, waarbij onvoldoende oog is voor de maatschappelijke kosten van voedselproductie. Principes van ‘true cost’ dienen verankerd te worden in het GLB. Dat betekent o.a. minder of geen steun voor onduurzame productiemethoden, ongezonde eetpatronen of overmatig geconsumeerde producten of het houden van dieren die hoge maatschappelijke kosten met zich meebrengen. Wij verzoeken u om de regering te vragen dit onderwerp, dat een plek heeft gekregen in het NL voedselbeleid (april 2018), ook op Europees niveau aan de orde te stellen in het GLB debat.

2. Aftopping. De voorstellen van de Europese Commissie zijn grotendeels een voortzetting van het bestaande beleid waarbij 80 % van de inkomenstoeslagen naar 20% van de bedrijven gaat. De voorgestelde aftopping is volstrekt onvoldoende. (http://capreform.eu/why-capping-will-be-a-mirage/ ).Het blijkt dat slechts een zeer beperkt aantal bedrijven hierdoor minder inkomenstoeslag krijgt. In Nederland zal dat minder dan 1% van de bedrijven zijn. Gevolg zal zijn dat publiek geld terechtkomt bij boeren die het niet nodig hebben terwijl boeren die het wel nodig hebben, bijvoorbeeld doordat ze werken in moeilijke gebieden, zoals de veenweidegebieden, juist onvoldoende toeslag krijgen. Het lijkt logischer om een andere referentie te kiezen om de maximum inkomenstoeslag voor een bedrijf aan te relateren.

3. Voorwaarden. De afzonderlijke lidstaten gaan een strategisch plan maken waarbij elke lidstaat invulling kan geven aan milieu en klimaat gerelateerde doelstellingen. In welke mate hier een maatschappelijk verantwoorde invulling aan gegeven wordt, blijft zeer onzeker gelet op het ontbreken van kwantificeerbare financiële verplichtingen in de concept verordeningen. Gelet op de ervaringen met de vergroening in de afgelopen periode is er alle reden voor scepsis. Naast de eisen die lidstaten opnemen in hun strategisch plan zijn door de Europese Commissie ook een aantal algemene voorwaarden genoemd waar boeren in alle lidstaten aan moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een inkomenstoeslag. Dat zijn de zgn. GMLC, de goede milieukundige en landbouwkundige condities. Het gaat hier om voorwaarden zoals bijvoorbeeld bescherming van veenweidegebieden, een beter water- en mineralenbeheer e.d. In het kabinetsstandpunt wordt -vanwege de uitvoeringslasten – daarvan afstand genomen, terwijl het gaat om voorwaarden die juist een bijdrage kunnen leveren aan de verduurzaming van de landbouwproductie. Het kabinet wijst erop dat het de voorkeur geeft aan doelgerichte betalingen in plaats van het door de Europese Commissie voorgestelde regime met voorwaarden. Maar ook met een systeem met doelgerichte betalingen kunnen hoge uitvoeringslasten gemoeid zijn en zijn er door het vrijwillige karakter vragen over de effectiviteit van die benadering. Met de onderhandelingen en de besluitvorming in Brussel ontstaat de kans dat komend jaar alle lidstaten proberen de voorwaarden te versoepelen en dat het door NL gewenste systeem (hoe sympathiek ook ) niet mogelijk blijkt te zijn. Uit de brief van minister Schouten (BNC fiche) blijkt immers dat er voor die benadering alleen steun is in Noordwest Europa. Dat zou betekenen dat we opnieuw een periode ingaan waarbij inkomenstoeslagen worden uitgedeeld zonder noemenswaardige tegenprestatie voor maatschappelijke doelen. Dat is funest voor het draagvlak voor het GLB.

4. Race to the bottom. De huidige voorstellen van de Europese Commissie vormen onvoldoende garantie dat EU gelden gebruikt worden voor de gewenste transitie naar een duurzame of natuurvriendelijke landbouw. Het wordt aan de lidstaten overgelaten in welke mate ze invulling geven aan klimaat- en milieudoelstellingen. Gelet op het ‘level playing field’ zullen landbouworganisaties hun regering dwingen om niet strenger te zijn dan andere landen omdat er anders concurrentienadelen ontstaan. Dat brengt het risico met zich mee dat er een ‘race to the bottom’ plaatsvindt. Overigens realiseert minister Schouten zich dat het klimaatbeleid in het GLB een papieren tijger is. In haar reactie op de voorstellen van de Commissie schrijft ze dat ze er voor zal pleiten om “een percentage van het budget te oormerken teneinde een neerwaartse spiraal van concurrentie ten koste van leefomgeving en klimaat te voorkomen”. Dat onderschrijft volgens de Transitiecoalitie Voedsel de noodzaak van scherpere, concretere eisen met kwantitatieve financiële verplichtingen op EU niveau. Dan gaat het om eisen wat lidstaten moeten realiseren op het terrein van klimaat, natuur en landschap. Maar welk percentage van het budget volgens de minister geoormerkt moet worden is niet helder. We verzoeken u om de minister hierover uitspraken te ontlokken zodat NL – samen met andere lidstaten – een heldere boodschap aan de Commissie en andere lidstaten af kan geven. De Nederlandse regering zal bij de beoordeling van de voorstellen niet alleen moeten kijken of de verordeningen voldoende ruimte bieden voor een nationale invulling, maar zich ook hard moeten maken voor een Europese inspanningsverplichting om publiek geld te benutten voor publieke doelen. Dat zien wij als een principekwestie.

5. Verschuiving geld naar plattelandsbeleid. In plaats van sterkere Europese voorwaarden aan de inkomenstoeslagen stelt Nederland zich op het standpunt dat er sprake moet zijn van doelgerichte betalingen. Consequent doorgeredeneerd zou Nederland er voor moeten pleiten dat lidstaten al het geld van de inkomenstoeslagen mogen verplaatsen naar het plattelandsbeleid. Dat biedt immers meer mogelijkheden om geld te gebruiken voor innovatie, klimaat en natuur zoals het kabinet zich in het regeerakkoord heeft voorgenomen. Het zou daarom goed zijn als in de definitieve verordeningen meer financiële prikkels voor lidstaten ingebouwd worden om geld te verschuiven van pijler 1 naar pijler 2.

6. Naar een voedselbeleid dat ook gezonde consumptie omvat. Toen Nederland in 2016 de Informele Landbouwraad organiseerde, heeft Nederland een voorstel ingediend voor een Gemeenschappelijk Voedsel- en Landbouwbeleid. Ook de WUR heeft daarover een rapport uitgebracht. We constateren dat die opvatting nergens terug te vinden is. Hetzelfde geldt voor de opvattingen die de WRR heeft neergelegd in haar rapport “Naar een Voedselbeleid”. Ook daarin wordt gepleit voor een samenhangend landbouw- en voedselbeleid. Gelet op uw debat dit voorjaar over dit rapport en uw instemming met dat rapport zou het wel zo geloofwaardig zijn die opvattingen ook in te brengen bij het debat over het GLB. Het GLB is te eenzijdig gericht op de primaire producent. Daardoor ontbreken stimulansen voor de consument om gezonder en duurzamer te consumeren. We attenderen u op een artikel in de Volkskrant waarin wordt aangegeven dat het GLB indirect een subsidie vormt op ongezonde producten omdat ook producenten van rundvlees, lamsvlees, wijn en suiker in de toekomst inkomenstoeslag blijven ontvangen.[1] Terwijl vrijwel alle voedingswetenschappers het erover eens zijn dat deze producten gemiddeld overmatig worden geconsumeerd.Beter passend lijkt extra ondersteuning vanuit het GLB voor de teelt van groenten en fruit en uitbreiding van de schoolfruitregelingen. In het kader van de gewenste eiwittransitie zou onderzocht moeten worden hoe de consumptie van groene eiwitten (b.v. peulvruchten) ondersteund kan worden vanuit het GLB.

7. Eiwitproductie. In het voorstel van de Commissie worden mogelijkheden van gekoppelde betalingen voor max. 10% van het budget mogelijk gemaakt. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat lidstaten 2% van het budget inzetten voor de productie van plantaardige eiwitten. De regering verzet zich tegen ‘marktverstorende’ gekoppelde steun zonder aan te geven wat ze daaronder verstaat. Gelet op de wens van een meer circulaire landbouw in Europa en geopolitieke risico’s is het gewenst om de Europese importen van plantaardige eiwitten sterker omlaag te brengen dan nu wordt voorgesteld. Ook de teelt van vlinderbloemigen om het gebruik van kunstmest terug te brengen dient meer gestimuleerd te worden.

8. Onderzoek. De Europese Commissie maakt extra budget vrij voor onderzoek. De Transitiecoalitie is bezorgd dat de nadruk blijft liggen op technologisch onderzoek gericht op intensivering, efficiencyverhoging en opbrengstvergroting per ha. Het onderzoekbeleid moet andere accenten krijgen, gericht op systeeminnovatie en de transitie naar een voedselmodel waarin lange termijn duurzaamheid en gezondheid centraal staan. Wij bepleiten een selectief onderzoeks- en innovatiebeleid, gericht op maatschappelijk gewenste innovaties en transities, met name gezonde bodem, gezonde voeding, natuurvriendelijke landbouw, kringloopmodellen met veel minder externe inputs, hergebruik van grondstoffen, klimaatmitigatie, dierenwelzijn, minder emissies etc. Daarbij moet de huidige gedwongen winkelnering van LNV bij de WUR aangepast worden, waardoor ook andere onderzoeks- en kenniscentra meer ingeschakeld kunnen worden bij onderzoek rond bovengenoemde thema’s. Ook de vernieuwing van onderop verdient veel meer steun. De daarvoor beschikbare en toegankelijke budgetten staan in geen verhouding tot de publieke middelen die via het topsectorbeleid terecht komen bij de – meestal internationaal opererende – bedrijven. Hier is meer balans nodig.

9. Korte ketens en gebiedsgerichte modellen. In het regeerakkoord wordt de kloof tussen producent en consument aan de orde gesteld. Aandacht wordt gevraagd voor korte ketens en ontwikkelingen zoals de city-deals. In het land ontwikkelen zich talloze initiatieven van korte ketens en gebiedsgerichte modellen waarbij contacten tussen burgers en boeren worden versterkt en boeren weer meer perspectief krijgen dan in de door volume en lage prijs gedomineerde internationale ketens. De Transitiecoalitie Voedsel vindt het zeer belangrijk om dergelijke initiatieven adequaat vanuit het GLB te ondersteunen. Je zou dit kunnen zien als een vorm van sociale innovatie met zowel op het platteland als in de steden veel positieve en maatschappelijk gewenste bij effecten.

10. Rechthebbende. In de voorstellen van de Commissie worden alleen nog toeslagen toegekend aan ‘echte’ boeren. Juist nu de nieuwe voorstellen de indruk wekken meer aandacht te geven aan een verantwoord beheer van grond, gericht op bodem, biodiversiteit en klimaat, zou dit breder moeten worden geformuleerd. Wie uitgaat van het principe dat publiek geld ingezet moet worden voor publieke diensten en met name voor een verantwoord beheer van grond, dient ook oog te hebben voor nieuwe modellen. Bijvoorbeeld voor modellen waarin boeren, burgers en/of natuurorganisaties samen optrekken om agrarische belangen te laten samengaan met maatschappelijke belangen en een grotere betrokkenheid van burgers. Dit zou onderdeel moeten zijn van het NL standpunt in Brussel.

Wij stellen het op prijs om bij het rondetafelgesprek (oktober) deze punten te mogen toelichten.

Zie voor meer informatie over de Transitiecoalitie Voedsel www.transitiecoalitievoedsel.nl.

Namens de Transitiecoalitie Voedsel,

 

[1]  https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/het-ongezonde-eetpatroon-van-europa-eu-beleid-subsidieert-ongezond-voedsel~bd2ded8a/?utm_campaign=shared%20content&utm_medium=app&utm_source=link&utm_content=free

 

X