Position Paper voor Tweede Kamer

Duurzame en gezonde keuzes voor consumptie van voedsel.

  1. Duurzame en gezonde keuzes voor voedsel worden beïnvloed door tal van factoren en stakeholders zowel binnen de voedselketen als door externe spelers zoals financiële instellingen, de zorgsector, kennisinstellingen en de overheid. In het huidige voedselsysteem is sprake van een eenzijdige focus op hoge productie, hoge omzetten en laagdrempelige consumptie tegen de laagst mogelijke prijs. De nadelen van dit systeem (‘race to the bottom’) worden inmiddels groter dan de voordelen ervan, gezien de grote negatieve effecten op klimaat, natuur, volksgezondheid en het inkomen van de boeren. De Transitiecoalitie Voedsel zet met haar inmiddels ruim 100 leden in op een systeem waarin duurzaamheid, gezondheid, transparantie en truecost/trueprice leidend zijn, en boeren weer perspectief krijgen. Met een voorhoederol voor Nederland dat uitstekend is toegerust met kennis, innovatieve bedrijven en een groeiende beweging van bewuste en betrokken ondernemers en burgers. In een dergelijk systeem worden duurzame en gezonde keuzes vanzelfsprekend en wordt dit ‘nieuwe normaal’ bevorderd door alle spelers, in de keten en van buitenaf. Dit vergt een integrale transitieagenda waaraan alle betrokken partijen zich committeren, en waarbij ook de overheid een krachtige rol moet spelen. Dit vraagt van de overheid samenhangend beleid en een pakket aan maatregelen van met name de ministeries LNV en VWS, in nauwe samenwerking met andere ministeries (waaronder Financiën) en in samenspraak met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Wij bepleiten dat de minister van LNV in haar rol als vice-premier op dit terrein in het kabinet een stevige coördinerende rol gaat spelen.
  2. Enkele cijfers ter onderbouwing van de urgentie van een voedseltransitie. Meer dan 60 % van het mondiale verlies aan biodiversiteit en een kwart van de broeikasgassen worden veroorzaakt door de voedselproductie. Het aantal mensen met obesitas overschrijdt inmiddels het aantal mensen met honger. En heel veel ziektes zijn gerelateerd aan ongezonde voeding en leefstijlen. Wetenschappers en veel gezaghebbende organisaties zoals WHO, WRR en PBL roepen daarom steeds luider om stringenter voedselbeleid.
  3. In het huidige voedselsysteem komen de maatschappelijke kosten op het gebied van zowel volksgezondheid als milieu onvoldoende in de prijzen tot uiting. Ongezond en onduurzaam voedsel is daardoor te goedkoop ten opzichte van gezond en duurzaam eten. Daardoor gaan de ontwikkelingen naar een gezond en duurzaam consumptiepatroon veel te traag. Veel studies bepleiten een actieve rol voor de overheid bij de implementatie van ‘true cost/true price’.
  4. Consumenten en burgers staan inmiddels te veraf van herkomst en samenstelling van ons voedsel. Er is behoefte aan nieuwe waarden, perspectieven en verbindingen en kortere ketens tussen producent en consument. Burgers kunnen niet zonder boeren en boeren kunnen niet zonder burgers en natuur. We willen naar een herwaardering van voedsel, waarbij het gaat om een duurzaam voedingspatroon dat gezond en lekker is. Bodem, ecologie, landschap, circulariteit, smaak en gezondheid dienen als richtinggevende principes centraal te staan, waarbij boeren een redelijk inkomen kunnen verdienen; hier en elders in de wereld.

Oplossingsrichtingen en maatregelen

  1. True cost/true price. Het is van groot belang dat nu eerst ook alle indirecte en verborgen maatschappelijke kosten in beeld komen. De overheid heeft hierin een belangrijke rol om marktinitiatieven te versnellen en te zorgen voor een level playing field. Wij dringen er op aan om samen met maatschappelijke partijen en het bedrijfsleven een meerjarig programma op te zetten voor het doorontwikkelen, experimenteren en implementeren van true cost en true price in de landbouw- en voedselsector. Met het inzicht dat hieruit ontstaat kunnen marktpartijen gaan sturen op producten en productiemethoden die de maatschappelijke kosten verlagen en daarmee ook de druk op publieke middelen verminderen. Daarvoor moet het kabinet de vereiste middelen vrijmaken, evenals ruimte voor experimenten.
  2. Het principe van de vervuiler betaalt moet met kracht worden gehanteerd. Daardoor zullen prijsprikkels ten gunste en niet ten nadele van de productie en consumptie van duurzame en gezonde voeding gaan werken Wij dringen er op aan dat de regering op korte termijn met voorstellen komt om producten die de gezondheid of de aarde en het klimaat belasten worden belast met de kosten die zij veroorzaken. Op dit terrein is in het buitenland een groeiende praktijk. Wij adviseren goed te kijken naar de effecten van deze maatregelen en met voor ons land passende maatregelen te komen. En tegelijkertijd dit onderwerp stevig te agenderen in de EU en in andere internationale fora. Wij denken o.a. aan een combinatie van:
  • Heffingen op ongewenste en virgin inputs in het systeem (bijvoorbeeld kunstmest, geïmporteerd veevoer, fossiele brandstoffen, biomassa als brandstof)
  • Gebruik van die heffingen om vervuiling of nadelige gezondheidseffecten door die ongewenste inputs op te lossen (bijvoorbeeld voor terugwinnen nutriënten uit rioolslib)
  • GLB subsidies conditioneel maken op werkelijk geleverde ecosysteem diensten (bijvoorbeeld vastleggen CO2, verbeteren bodemkwaliteit, herstel biodiversiteit)
  • Heffingen op ongewenste outputs (goed meetbare of berekenbare vervuiling en gezondheidseffecten)
  • In dit kader pleiten wij ook voor afschaffing van de BTW op groenten en fruit.

 

  1. De transitiecoalitie ondersteunt de oproep in de ‘Transitieagenda Biomassa en voedsel’ om extra in te zetten op de eiwittransitie naar meer plantaardige eiwitten. We roepen de regering op om tot heldere en gefaseerde doelstellingen te komen voor de vermindering van de vleesconsumptie. Met name rundvlees is verantwoordelijk voor een sterke uitstoot van broeikasgassen. Diverse onderzoeken tonen aan dat een halvering van de vleesconsumptie van de huidige 39 kg per persoon naar maximaal 16,8 kg nodig is. Dat is in lijn met de draagkracht van de aarde en de hoeveelheid vlees die ieder mens op de aarde zou kunnen eten om binnen een productiesysteem te blijven waarbij dierlijke productie een bijproduct is van plantaardige productie. Op termijn zien we een gewenste verhouding van 30% dierlijke eiwitten en 70 % plantaardige eiwitten in ons voedingspatroon.
  2. De bodemgezondheid gaat hard achteruit. De centrale rol voor de bodem moet in ere worden hersteld. We pleiten voor een regeneratieve landbouw (productiemethoden met positieve impact op bodem, water en biodiversiteit) waardoor de bodemvruchtbaarheid, die essentieel is voor voedselzekerheid op langere termijn, verbeterd wordt. Ook de mogelijkheden om de bodem te gebruiken om CO2 op te slaan, dienen beter benut te worden. En voorts is er veel meer onderzoek nodig naar de relatie bodemgezondheid en gezonde voeding omdat er steeds meer signalen zijn dat hierin veel gezondheidswinst te boeken is.
  3. De voedselomgeving heeft een veel grotere invloed op consumentenkeuzes dan tot nu toe gedacht. Deze omgeving dient zo te worden ingericht dat consumenten in staat worden gesteld en ondersteund worden om de duurzame en gezonde keuze te maken. De overheid kan een grote rol spelen in het verbeteren van de voedselomgeving door striktere wet- en regelgeving mbt bijvoorbeeld vestigingseisen, het bevorderen van korte ketens en stadslandbouw, een landelijk verbod op kindermarketing en marketing voor klimaatbelastende en gezondheid aantastende producten en afspraken met supermarkten over hun marketingstrategieën. Van supermarkten mag verwacht worden dat ze niet langer stunten met ongezond en onduurzaam voedsel (zoals kiloknallers en alcohol) of voedsel dat niet duurzaam geproduceerd is. Wij verwachten van het kabinet dat het de supermarkten uitdaagt om met elkaar meer te gaan concurreren op duurzaam en gezond voedsel, in plaats van vooral op de laagste prijs. Een benchmark of ranking van supermarkten kan hierbij helpen.
  4. Preventiebeleid in de zorg en als onderdeel daarvan leefstijlbegeleiding in het basispakket.
  5. Principes van gezond, onbewerkt en duurzaam voedsel, zoveel mogelijk uit korte ketens, moeten centraal staan in het inkoopbeleid en het assortiment in alle overheidsgebouwen op alle niveaus (en bij alle aan haar gelieerde instellingen zoals zorg- en onderwijsinstellingen). Hier is nog heel veel winst te boeken.
  6. Onderzoek- en innovatiebeleid. We pleiten voor een sterkere focus van het onderzoek- en innovatiebeleid op de maatschappelijk gewenste systeeminnovaties.
  7. Voedselonderwijs dient onderdeel uit te maken van de curricula van het basis- en middelbaar onderwijs.

Willem Lageweg