Afscheid Willem Lageweg als directeur Transitiecoalitie Voedsel
Jeen Akkerman
Nieuwe verdienmodellen op basis van een integrale benadering van landbouw, natuur, voedsel en gezondheid zijn volop in ontwikkeling. Moedige koplopers en onverwachte coalities wijzen ons de weg. Het gaat niet vanzelf, we moeten de initiatieven van onderop keihard blijven steunen en verdedigen tegenover de weerstand bij de gevestigde orde. Maar de onderliggende krachten zijn onweerlegbaar en onstuitbaar: de negatieve effecten van de huidige landbouw- en voedselpraktijk op klimaat, biodiversiteit, waterkwaliteit, dierenwelzijn en onze eigen gezondheid zijn zo groot, dat steeds meer consumenten, ondernemingen en beleggers kiezen voor duurzaam en gezond.
Willem Lageweg maakt met een aantal pittige uitspraken de balans op nu hij terugtreedt als directeur van de Transitiecoalitie Voedsel. Een netwerk-organisatie die hij zeven jaar geleden zelf oprichtte samen met Jan Paul van Soest en Natascha Kooiman. Wat hem betreft is het een tussenbalans, want de positieve ontwikkeling van onderop is nog broos en kwetsbaar. En de tegenkrachten zijn groot. Hij citeert zichzelf als hij zegt: “Er is nog heel veel te doen”. En Willem blijft daaraan een bijdrage leveren, ook nu hij ervoor kiest om meer tijd te besteden aan wat hij samenvat als “drie zeer belangrijke vrouwen in mijn leven”. Dat zijn zijn 96-jarige moeder Corry, zijn vrouw Marleen en (het gezin van) Lisanne, één van zijn dochters.
“Mijn vuur brandt nog volop.”
Als adviseur blijft hij de Transitiecoalitie Voedsel met woord en daad terzijde staan. En dat zal niet alleen gevraagd, maar ook ongevraagd advies zijn, zo weet een ieder die Willem een beetje kent… Hij glimlacht wat ongemakkelijk als we het hem voorhouden. Ja, hij is zeer begaan met wat er in de wereld gebeurt en hoe het beter kan. Ja, hij vindt het zijn plicht om op te komen voor mensen die daarin voorop gaan. En ja, hij wil ook anderen overtuigen van de noodzaak om dat te doen. “Mijn vuur brandt nog volop. Ik hoop dat sommige onwilligen zich eraan branden, maar voor mij is het belangrijker dat we ons er samen aan kunnen warmen.”
Hij ziet zijn eigen rol in de niet te stuiten transitie als die van initiator, verbinder en pleitbezorger. En niet als een pionier die zelf een duurzame onderneming op touw zet. Het had trouwens niet zo heel veel gescheeld of het was toch dat laatste geworden. Willem groeide op op een gemengd landbouwbedrijf in Hellevoetsluis. Toen hij in militaire dienst zat, werd zijn vader ziek en moest hij als oudste zoon tijdelijk de boerderij runnen. “Ik was tot die tijd beperkt betrokken bij het bedrijf omdat ik andere zaken spannender vond. Maar wat ik in dat halve jaar meemaakte, deed me wel beseffen hoe mooi het vak van boer is. Als ik dat eerder en bewuster had meegemaakt, was ik misschien wel zelf boer geworden.”
Het liep anders, Willem maakte carrière in het bedrijfsleven, waarbij het accent gaandeweg verschoof van agribusiness naar verduurzaming. Hij begon bij de Nationale Coöperatieve Raad voor land- en tuinbouw, werkte als directeur communicatie en coöperatie bij Rabobank Nederland en was daarna mede-oprichter en directeur-bestuurder van MVO Nederland. “Ik was al die tijd een pionier in de mainstream”, vat hij zelf zijn reis samen. Na MVO Nederland was het tijd om met gelijkgestemden een platform te creëren om de positieve krachten te bundelen rondom de transitie naar een meer integrale benadering van duurzaamheid en gezondheid in landbouw en voedsel. Dat was in 2017 hard nodig toen bleek dat de gevestigde belangen in de Nederlandse agribusiness verduurzaming behandelden als het zoveelste probleem dat met louter technologische innovatie kon worden opgelost.







