
Op vrijdag 22 mei 2026 vond het congres ‘Een toekomstbestendig landbouw- en voedselsysteem’ plaats aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, georganiseerd door Transitiecoalitie Voedsel en Robin Food Coalition. Uit het eerder verschenen rapport ‘The Hidden Bill’ blijkt dat de maatschappelijke kosten van de Nederlandse landbouw €5 miljard hoger liggen dan de baten. Tijdens dit congres is met een diverse vertegenwoordiging van overheden, boeren, bedrijfsleven en wetenschap verkend hoe we kunnen toewerken naar een rechtvaardig en toekomstbestendig voedselsysteem. En hoe lange termijn voedselzekerheid en ecologie hand in hand gaan.
Het congres werd ingeleid met een filmpje over het GRONDbeginsel, waarin het ging over onze gedeelde grond; een gezamenlijk vertrekpunt, waar willen we naar toe. Geen wet, geen beleid. Een vetrekpunt voor elk plan en elke beslissing die we nemen. Even uit de complexiteit en teug naar de eenvoud.
Na het filmpje kwamen onder leiding van dagvoorzitter Jeroen Smit de volgende sprekers en panelleden aan bod: Diederik Samsom, Krijn Poppe, Jan Willem Erisman, Willem Ferwerda, Frits Klaver, Jelte van Kammen, Hanne Winter, Barbara Baarsma en Frank de Wit .
Diederik Samsom (voormalig fractievoorzitter PvdA, mede-architect Europese Green Deal): Landbouw, voedsel, Europa en geopolitiek
We leven in ingewikkelde tijden, waarin op geopolitiek vlak veel aan de hand is. Het gevoel van urgentie voor klimaatbeleid lijkt daardoor deels verloren te zijn gegaan. Dit verlies van urgentie is niet voor het eerst in de geschiedenis zo: het is een cyclus. De toekomst wordt echter niet bepaald door cycli, maar door trends.
De eerste trend is klimaatverandering: hoe harder, frequenter en dichterbij klimaatverandering impact heeft op onze levens, des te meer realiseren we ons dat er iets aan gedaan moet worden. De tweede trend is de exponentiële groei van duurzame energie. Zonne-energie en windenergie zijn enorm gegroeid en daar komt nu de snelgroeiende batterij technologie bij. De derde trend is het einde van naïviteit van Europa. We waren afhankelijk van één leverancier voor aardgas, maar door de oorlog tussen Rusland en Oekraïne is dat tijdperk voorbij. Wat deze trends gemeen hebben is dat ze een business case hebben. Hierdoor kan het politiek worden en kan erover praten leiden tot meer stemmen.
Samsom sluit af met twee aanbevelingen waar pragmatisme en opportunisme bij elkaar komen. Ten eerste, blijf het landbouw- en voedselvraagstuk koppelen aan CO2. Alles wat groeit en bloeit neemt CO2 op en de kosten van een ton CO2 neemt steeds toe. Ten tweede, schrik niet terug van high tech. Om het voedselsysteem snel te verduurzamen is high tech hard nodig. Dat geeft bovendien meer concurrentiekracht en kan geopolitiek benut worden.

Krijn Poppe (econoom, beleidsadviseur voedselsystemen, RLI): Aan de slag met de toekomst van het platteland
Poppe stelt dat het allereerst nodig is om een “waarden debat” te voeren om tot een visie te komen te komen voor landbouw in de zogenaamde Metropool NL. Zijn voorstel is om daarin twee typen landbouwgrond te definiëren landbouwgrond en landschapsgrond en deze via een proces van landinrichting met behulp van de omgevingswet aan te wijzen. Vervolgens kan de overheid een helder emissiebeleid gaan voeren (waarschijnlijk zijn de milieuopgaven het grootst bij de landschapsgrond) en dat vervolgens via een proces vertaling naar bedrijfsniveau (met zo min mogelijk administratieve lasten) en certificering ten uitvoer brengen. De overheid moet verder de transitie faciliteren door grond voor extensivering toegankelijker te maken en GLB subsidies in te zetten voor de transitie en landschapsgrond. Tot slot pleit Poppe voor het creëren van een Regieorgaan om de transitie in goede banen te leiden.
Jan Willem Erisman (hoogleraar milieu en duurzaamheid Universiteit Leiden en Centrum voor Milieuwetenschappen): Is er toekomst voor de landbouw in Nederland?
Op het moment worden met ons voedselsysteem verschillende planetaire grenzen overschreden. Er is (bio)diversiteit nodig voor een veerkrachtige landbouw. Echter, boeren zitten gevangen in een economisch systeem: ze moeten zoveel mogelijk produceren, omdat de markt onder druk staat. Het huidige voedselproductiesysteem is gericht op het optimaliseren van opbrengsten, terwijl het zou moeten gaan om een optimalisatie van de kwaliteit van bodem en leefomgeving. Voor de toekomst zijn er drie vormen van voedselproductie om verder te ontwikkelen: 1) industriële voedselproductie, waarbij totaal nieuwe technieken gebruikt worden, 2) technologische innovaties waarmee de huidige landbouw wordt verbeterd, en 3) natuurinclusieve landbouw. Naast deze ontwikkelingen is er een basisvraag die we onszelf moeten stellen: willen we voeding zien als voeding, die past bij brede welvaart, of als economisch product?
Willem Ferweda (Commonland): Landschap, landbouw en voedsel: een proces van innerlijke en uiterlijke transformatie
Wereldwijd is er veel landschapsdegradatie, veroorzaakt door de mensheid. Dit kan hersteld worden met landschapsrestauratie. Er is echter een aantal belangrijke factoren die grootschalige landschapsrestauratie in de weg staan. Allereerst de zichtbare factoren: 1) systemische barrières: biodiversiteit wordt niet gewaardeerd, en 2) beleid is niet passend, omdat er geen holistische oplossingen worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er nog een aantal onzichtbare factoren: 1) de complexiteit van ecosystemen weerhoudt stakeholders van actie, 2) de complexiteit van stakeholders, waarbij ‘top-down’ oplossingen geen rekening houden met lokale bewoners, en 3) financiering van het landschap vereist gemengde (blended), langetermijnfinanciering. Om echte verandering te bereiken is holistische landschapsrestauratie nodig, waarbij het proces, de impact, de verschillende soorten landschappen en de tijd in acht moeten worden genomen. Een belangrijk element dat Ferweda uitlichtte is dat mensen beter zouden moeten weten op welke bodem ze lopen en zouden moeten weten waar hun voedsel vandaan komt.
Frits Klaver (Deloitte): Van kosten naar kansen: gezamenlijk bouwen aan toekomstbestendige landbouw
Ook Klaver benoemde het overschrijden van zeven van de negen planetaire grenzen. Volgens hem zijn er verschillende ‘hidden opportunities’. Ten eerste kan technologie, zoals precisielandbouw, de weerbaarheid vergroten en kosten reduceren. Ten tweede kan biologische landbouw zorgen voor een gezondere bodem, dat meer water absorbeert tijdens droogte. Ten derde is een verschuiving naar meer plantaardig voedsel goed voor zowel mens als klimaat. Opgeteld is er per jaar een netto positieve impact van 10 miljard euro mogelijk. Het is hierbij van belang dat er een visie ontwikkeld wordt voor de lange termijn. Er is concrete ondersteuning nodig via regionale paden en er moeten eerlijke prijzen komen en langjarige contracten. De sleutel tot dit alles is samenwerking over grenzen van sectoren en overtuigingen heen.
Jelte van Kammen (Harvest House): Waarde en prijs van vruchtgroenten
De glastuinbouw is strategisch relevant, omdat het van economische waarde is door productiviteit, en van maatschappelijke waarde is door met name het verbeteren van gezondheid, het verminderen van water- en energieverbruik en land’sparing’. Harvest House heeft ook de verborgen kosten van de glastuinbouw uit laten rekenen voor de hele keten. Hieruit blijkt dat de kosten voor het overgrote deel liggen bij de teelt, met 98%. De overige kosten worden gedeeld door verpakking, het pakstation en transport. Aangezien de maatschappelijke opbrengsten van glastuinbouw hoog zijn moet er geïnvesteerd worden in duurzame ontwikkelingen. Innovaties stranden nu vaak in de ‘valley of death’ tussen publieke en private financiering in. Om dit te overbruggen is geld van de overheid nodig. Daarnaast is er een gezamenlijke taal over nodig in de voedselketen om duurzaamheid te duiden; hierdoor kunnen retail, overheid en financiers elkaar makkelijker vinden.
Hanne Winter (EU-beleidsmanager, Deense Vegetariërsbond): Building bridges for lasting policy
Denen eten gemiddeld 1 kg vlees per week. Zestig procent van Denemarken bestaat uit landbouwgrond, waarvan 80% van het areaal voor diervoeder wordt gebruikt. Ondanks deze getallen zijn er in 2023 een ‘plant based action plan’ en ‘plant based grant’ gelanceerd. Dit is begonnen door het verenigen van plantaardige bedrijven en het vinden van een overeenkomst tussen de plantaardige verenigingen en conventionele landbouw. Om iets te bereiken is het belangrijk om met elkaar te praten, netwerken te creëren en met een kort rapport het onderwerp op de agenda brengen. Het was in die gesprekken belangrijk om steeds te communiceren over “meer plantaardig” en niet over “minder dierlijk”. Niet bij alles kan en hoeft de hele maatschappij betrokken te worden, soms is het ook aan de overheid om iets te doen.
Paneldiscussies en vragen
Gedurende de dag kwam een aantal keer naar voren dat veranderingen doorgaans pas echt op gang komen als er pijn wordt ervaren: pijn bij burgers, omdat de consequenties van de kosten van ons huidige landbouwsysteem dichtbij komen. Maar ook pijn bij de maatschappij als geheel, waardoor politici zich genoodzaakt voelen om in te grijpen.
Samsom benoemde dat er meestal pas ontwikkelingen komen als een trend een business case heeft. Het berekenen van de onzichtbare kosten is niet voldoende; er is ook actie en maatschappelijk momentum nodig.
Volgens Barbara Baarsma (hoofdeconoom PWC) heeft de overheid de taak om extern te beprijzen, maar kunnen we daar niet op wachten. Daarom moeten bedrijven en organisaties aan de slag gaan met interne beprijzing; iedereen vanuit eigen verantwoordelijkheid.
Frank de Wit (melkveehouder, voorzitter Water, Land & Dijken) geeft aan dat hij als melkveehouder niet alleen hart kan hebben voor zijn land en dieren, maar ook onderdeel is van de maatschappij en geld nodig heeft om te leven. Als hij als melkveehouder al het geld dat hij heeft geïnvesteerd in het kopen van rechten had geïnvesteerd in duurzaamheid , was hij nu een stuk verder geweest. De oplossing is volgens De Wit om eigenaar te worden van het systeem; 85% van zijn bedrijf is kringloop. Alleen de mens past er nog niet in, dat zou veranderd moeten worden.
We hopen dat de middag inspiratie heeft gebracht aan alle deelnemers om verder te gaan met de onderwerpen waar ze mee bezig zijn of verder mee aan de slag willen gaan. De Transitiecoalitie Voedsel en de Robin Food Coalition gaan in ieder geval verder met twee thema’s: het verkennen van een passende rol van technologie in de transitie zodat die in dienst staat van de ecologie (en niet andersom) én het verkennen van verdienmodellen voor een duurzaam landbouw-en voedselsysteem. Daarnaast zijn we betrokken bij een Nederlands “More Plant Based Action Plan” dat binnenkort verschijnt. Mocht je over één van deze onderwerpen willen doorpraten aarzel niet om contact met ons op te nemen.