
Column, 5 februari 2026
Voor een organisatie als de Transitiecoalitie Voedsel die zich onder meer op koplopers en veranderaars richt, is de titel van het recente coalitieakkoord wat wonderlijk: “Aan de slag”. Die talloze pioniers, geïnspireerde ondernemers en gedreven maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen zijn immers al jaren aan de slag? Zij laten al jaren zien wat er moet en wat er kan, maar ook tegen welke structurele barrières ze aanlopen. Het probleem is alleen dat veel ideeën om het landbouw- en voedselsysteem wezenlijk te hervormen in de Haagse brij van populisme, ontkenning en onkunde die sinds 2 juli 2024 aan het bewind is, afketsten als druppels water van een eend.
1 april
BBB-minister Femke Wiersma van LVVN deed het T-woord (Transitie) in de ban: ‘doorontwikkeling’ moest het zijn. Het leek ons wel een goede grap op 1 april onze naam te veranderen in de Doorontwikkelingscoalitie Voedsel, maar zover komt het niet: ruim voor die tijd is het beroerdste kabinet sinds mensenheugenis ingeruild voor een coalitie die hoe dan ook meer perspectief biedt op een volhoudbaar landbouw- en voedselsysteem. Zie vooral ook de budgettaire tabel en bijlage.
Een stikstof-/transitiefonds wordt in ere hersteld, wat ruimte geeft voor nieuwe keten- en gebiedssamenwerking. En voor de financiering van stevige reducties van de milieudruk, en van gerichte maatregelen in de buurt van natuurgebieden. Inzet op natuurherstel wordt nodig geacht om ruimte voor nieuwe ontwikkelingen vrij te spelen. “Duurzame voedselproductie, gezond ondernemerschap en het versterken van de natuur gaan hand in hand”, stelt het coalitieakkoord, en dat had een slogan van de Transitiecoalitie Voedsel kunnen zijn. Het akkoord biedt de komende jaren dus zeker aanknopingspunten om onze doelen en die van onze partnerorganisaties te helpen verwezenlijken.
Saillant: wat staat er níet in het akkoord?
Politiek gezien is het zeker zo interessant in te gaan op wat er niet in het coalitieakkoord staat. Mij valt vooral op: stevige (financiële en fiscale en regulerende) instrumenten om een gezonde voedselomgeving en een gezond eetpatroon, en een natuur- en milieuvriendelijke productie te bevorderen. Ja, er komt investeringsgeld, er zijn subsidies, maar ook veel convenanten en afspraken, maar behalve een suikertaks (prima) is het aantal echt sturende instrumenten bescheiden. Dat is te begrijpen, het is al tientallen jaren duidelijk dat de brede acceptatie van een instrument omgekeerd evenredig is met zijn effectiviteit, maar toch: we hebben zo lang getreuzeld met de transitie dat echt effectieve instrumenten niet langer buiten beeld mogen blijven. De coalitie kiest daar maar beperkt voor.
Effectieve interventies
Het wordt politiek en ook voor maatschappelijke organisaties een interessante vraag of die via en met andere partijen samen uit te werken en te realiseren zijn. De coalitie zelf immers kan slechts rekenen op 66 zetels in de Tweede en 22 zetels in de Eerste Kamer. Voor veel plannen zal dus samenwerking met andere partijen, en zeker ook met de grootste oppositiepartij GL-PvdA nodig zijn. In dat politieke spel kan ruimte ontstaan om ook wat stevige instrumenten in te brengen die gezond leven op een gezonde planeet aantoonbaar verder helpen. Voor ons als Transitiecoalitie Voedsel ligt er een belangrijke taak politiek haalbare scherpte te leveren, met onze bondgenoten en samenwerkingspartners. Welke effectieve interventies kunnen wij ontwikkelen, aanvullend op het coalitieakkoord dat al een enorme verbetering is ten opzichte van de achteruitgang van de afgelopen 1,5 jaar? Zodat de coalitie én de partijen wier steun daarnaast nog nodig is, ook met effectief landbouw- en voedseltransitiebeleid ‘aan de slag’ kunnen.

Jan Paul van Soest
Directeur-bestuurder Transitiecoalitie Voedsel
Zie ook onze eerste reactie op de nieuwe coalitie in Den Haag, hier.
