
Column, december 2025
Kerst is een waardemoment. We spreken over zorg, verbinding en aandacht. Over tijd maken voor elkaar. Over betekenis. Opvallend genoeg zijn dat precies de waarden die veel Nederlanders (als burger!) ook zeggen te willen terugzien in ons voedselsysteem: eerlijk eten, duurzaam geproduceerd, zonder schade aan de wereld of aan anderen, en voedend voor onze gezondheid. En meer concreet daarop aansluitend liet het burgerpanel over eetpatronen dit jaar zien dat een ruime meerderheid van de Nederlanders de beweging richting minder vlees ondersteunt — vanuit gezondheid, duurzaamheid en gezond verstand. En toch is juist in deze weken de kloof tussen die waarden en wat we eten het grootst.
Betekenis
Die kloof lijkt aangemoedigd te worden door onze voedselomgeving: het aanbod van voedsel, reclame en marketing. Wie deze weken een supermarkt binnenloopt, wordt overspoeld door glitters, aanbiedingen, stapels chocolade, toetjes in eindeloze varianten en bewerkt vlees als vanzelfsprekend middelpunt van het feest. Zó normaal geworden dat we het nauwelijks nog herkennen als sturing. Maar is dit die plek waar verbinding met onze waarden wordt gefaciliteerd? Waar ruimte is voor wat we écht belangrijk vinden, als we antwoorden zonder dat onze portemonnee of oerdriften naar suiker, vet en zout worden aangesproken? Is dit een omgeving die ‘zorg dragen voor’ onze gezondheid — of die van de ander — ondersteunt? Of aandacht voor de planeet? Geeft dit voedsel de betekenis die we diep van binnen zo graag willen voelen?
Voorspelbaarheid
Keuzes worden hier subtiel opgelegd. Een normaal wordt bepaald. Dat is geen complot, dat is systeemlogica. Grote voedselbedrijven en retailers sturen op volume, marge en voorspelbaarheid. Kerst is daarin hét piekmoment. Dat verklaart ook waarom de voedselomgeving in deze periode zo extreem overprikkelend is: suiker, vet, zout en ultrabewerkte producten domineren het beeld — gepresenteerd als de must haves voor de perfecte kersttafel.
Wilskracht
De laatste zin uit het burgerpanel raakt hier precies de kern: mensen willen wel, maar ervaren dat de omgeving het hen structureel moeilijk maakt. Daar zit de kern: Veel mensen voelen zich gevangen tussen intentie en realiteit. Niet omdat ze niet gemotiveerd zijn, maar omdat context zwaarder weegt dan wilskracht. Niet voor niets is de voedselomgeving gedefinieerd door de wetenschap als het meest sturend voor wat we eten: wat beschikbaar is, hoe het gepresenteerd wordt en wat als normaal geldt. Voedselcultuur en voedselvaardigheden, als belangrijke andere twee beïnvloedende factoren, worden op hun beurt weer beïnvloed door diezelfde omgeving. In een landschap waarin overvloed en bewerking dominant zijn (en met kerst dit alles gepresenteerd als DE ingrediënten voor een geslaagde kerst), voelt afwijken al snel als tegen de stroom in zwemmen.
Die kloof tussen intentie en realiteit wordt extra scherp als je kijkt naar wat we inmiddels wéten. Althans: misschien niet voor iedere Nederlander even expliciet, maar wel vanuit de wetenschap en bekend bij bedrijfsleven, boeren en politiek. Namelijk, ook recente maatschappelijke kosten-batenanalyses laten dit zien, dat de rekening van ons huidige voedselsysteem structureel niet klopt. De economische opbrengsten worden ruimschoots overschaduwd door kosten voor gezondheid, milieu en klimaat — kosten die niet op het prijskaartje staan, maar wel door de samenleving en onze (klein-)kinderen worden gedragen.
Beleid
De spanning tussen wat we belangrijk vinden en wat het systeem faciliteert, zie je ook terug op beleidsniveau. Dezelfde Europese Unie die in 2018 lidstaten opriep om te werken aan nationale eiwitstrategieën om de eiwittransitie richting meer plantaardige eiwitten te versnellen, kwam dit jaar met het – totaal verwarrende – verbod van dierlijke productnamen voor plantaardige alternatieven — de zogeheten ‘burgerban’. Het laat zien hoe zelfs taal onderdeel is van het systeem. Niet alleen wat we eten, maar ook hoe we het mogen benoemen, bepaalt wat als normaal voelt.
Politiek
Voedsel is politiek. En toch verkeren we in de illusie dat de kersttafel puur privéterrein is. Miljoenen mensen eten in deze weken min of meer hetzelfde. Niet afgestemd, niet georganiseerd — of wel – , gestuurd door aanbod, prijs, marketing en sociale normen. Dat maakt ook ons keuzes voor wat we op de tafel zetten tijdens kerst een collectief ritueel. Misschien is dát wel de grootste mythe om te doorbreken: dat eten iets individueels is, los van economie, beleid en omgeving. Juist rond kerst wordt zichtbaar hoe collectief gestuurd ons eetgedrag is. En elk collectief ritueel heeft politieke betekenis, of we dat nu zo ervaren of niet.
Niet partijpolitiek, maar systeem-politiek. Politiek gaat namelijk niet alleen over beleid en wetten. Het gaat ook over normalisering. Over wat we vieren, wat we in de schijnwerpers zetten, wat we belonen en wat vanzelfsprekend wordt. En precies daar speelt de voedselomgeving een hoofdrol. Wie goed kijkt, ziet hoe consistent die omgeving ons richting ultra bewerkt, suiker- en vetrijk voedsel duwt. Niet omdat we dat collectief hebben afgesproken, maar omdat het economisch loont. Zolang die omgeving leidend is, blijven cultuur en vaardigheden volgen.
Een periode van hoop (op verandering)
Kerst maakt die spanning niet automatisch zichtbaar, maar het vergroot haar wel uit. Juist omdat de waarden die we met kerst zeggen te vieren — zorg, aandacht, verbondenheid — zo scherp contrasteren met wat het systeem op datzelfde moment faciliteert. Niet als schuldvraag, maar als spiegel. De kersttafel hoeft daarmee geen toneel van morele oordelen te zijn. Wel kan het een plek zijn voor bewustzijn en hoop. Voor het besef dat eten nooit alleen persoonlijk is. Dat iedere ‘traditie’ ooit is ontworpen. En dat andere tradities ook kunnen ontstaan omdat wij als collectief bepaalde waarden belangrijk vinden — als het systeem ze ondersteunt.
Bewustzijn van die dynamiek is geen oproep tot perfect gedrag. Het is een uitnodiging tot realisme. Want pas als we erkennen dat onze keuzes worden gevormd, kunnen we serieus praten over verandering.
Misschien is de vraag deze dagen dan ook niet: “doe ik het wel goed?” maar: “welk systeem bevestig ik — en welk systeem zou ik eigenlijk willen voeden?” En kunnen we, individueel dan maar, kiezen voor een kersttafel die qua gerechten en ingrediënten die belangrijke waarden zoals aandacht, verbinding en zorg, vertegenwoordigt.
De toekomst ligt op ons bord
Met nieuwe campagnes als Wissel ’ns Wat en een politiek landschap dat opnieuw in beweging is, ligt er ruimte om die vraag niet alleen individueel te stellen, maar collectief te beantwoorden. Niet door kerst anders te maken, maar door het normale stap voor stap te verschuiven. Want als miljoenen mensen tegelijk eten binnen dezelfde omgeving, dan ligt de sleutel tot verandering niet bij wilskracht, maar bij hoe we die omgeving inrichten — zodat zorg, verbinding en aandacht niet alleen woorden zijn, maar ook zichtbaar worden op ons bord.
Allemaal een smakelijke feestdagen toegewenst,
Natascha Kooiman, kwartiermaker Eiwittransitie
Lees meer over voedselomgeving: https://transitiecoalitievoedsel.nl/portfolio/voedselomgeving/