
Den Haag – Tijdens het tweede Nationaal Voedselberaad op 10 april riep een brede coalitie van organisaties de nieuwe colleges in gemeenten op om lokaal voedselbeleid op te nemen in de te sluiten collegeakkoorden. Inwoners, boeren en lokale initiatieven vinden elkaar steeds beter en werken samen aan een duurzamer, gezonder en eerlijker voedselsysteem. Volgens de ongeveer twintig betrokken maatschappelijke organisaties kan de overheid hierin niet ontbreken.
“In steeds meer gemeenten nemen inwoners en ondernemers al het voortouw. Deze oproep
geeft hen rugwind én nodigt andere gemeenten uit om aan te haken”, aldus WUR onderzoeker Jan Hassink, één van de initiatiefnemers vanuit het Nationaal Voedselberaad. De coalitie roept nieuwe colleges dan ook op om deze beweging serieus te nemen en te verankeren in hun beleid.
Voedsel als sleutel tot meerdere opgaven
Van gezondheid en armoede tot landbouw, klimaat en economie: voedsel raakt aan vrijwel alle maatschappelijke thema’s waar gemeenten voor staan. Juist daarom kan gericht lokaal voedselbeleid snel resultaat opleveren — met relatief beperkte middelen.
Tegelijk groeit in heel Nederland een beweging van boeren, inwoners en lokale initiatieven die werken aan een duurzamer voedselsysteem. Zij laten zien dat verandering niet van bovenaf hoeft te komen, maar ontstaat in samenwerking tussen overheid en samenleving. Gemeenten kunnen deze ontwikkeling versnellen door samen te werken en beleid beter te verbinden.
Uit een verkennende maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA), uitgevoerd door New Economy in opdracht van Gemeente Plant Vooruit, blijkt dat de huidige voedselomgeving gemeenten nu aanzienlijke maatschappelijke kosten oplevert. Tegelijk laat de studie zien dat gericht lokaal voedselbeleid duidelijke maatschappelijke én economische baten genereert. Daarmee onderstreept de verkennende MKBA dat investeren in voedselbeleid niet alleen wenselijk, maar ook economisch verstandig is.
Drie acties voor nieuwe colleges
Om deze beweging te versterken, presenteert de coalitie drie concrete stappen voor de
komende bestuursperiode:
1. Maak voedselbeleid onderdeel van het collegeakkoord
Ontwikkel samen met inwoners en initiatieven een lokale voedselvisie met duidelijke doelen, budget en uitvoering. Verbind thema’s als gezondheid, armoede, educatie, landbouw en ruimtelijke ordening.
2. Begin concreet en boek snel resultaat
Praktische maatregelen zoals een integrale schoolaanpak met gezonde lunches en duurzame publieke inkoop zijn direct uitvoerbaar en leveren aantoonbare maatschappelijke winst op. Klein beginnen kan grote impact hebben.
3. Werk samen met wat er al is
Sluit aan bij bestaande initiatieven en versterk voedselnetwerken en voedselraden. Door co-creatie met boeren, inwoners en ondernemers ontstaat een krachtig lokaal voedselsysteem.
De beweging is er al
“Gemeenten hoeven het niet alleen te doen. Overal in Nederland zijn mensen al bezig met verandering. De rol van gemeenten is nu: ruimte geven, verbinden en versnellen”, aldus WUR-onderzoeker Jan Hassink.
Het Nationaal Voedselberaad was dit jaar te gast bij de Provincie Zuid-Holland, die met de Voedselvisie Toekomst van ons voedsel werkt aan een toekomstbestendig voedselsysteem samen met gemeenten en diverse initiatieven. Dat versterkt een beweging die al zichtbaar is: meerdere provincies en ten minste 18 gemeenten zijn gestart met lokaal voedselbeleid. De basis ligt er – nu is het moment om op te schalen.
De oproep wordt ondersteund door een 20 tal organisaties: Caring movement & Caring Farmers, Dierencoalitie, Groenboerenplan, JOGG Gezonde Jeugd, Gezonde Toekomst, Gemeente Plant Vooruit, Groen Boerenplan, Groen Gezond, Nationaal Voedselberaad, Public Food, Slow Food en SFYN, Stadslandbouw NL, Samen Tegen Voedselverspilling, Transitiecoalitie Voedsel, TAPP coalitie, Voedingscentrum, Voedsel Anders.
Zie voor de volledige tekst van de oproep: https://nationaalvoedselberaad.nl/wpcontent/uploads/2026/04/Oproep-NVB-bijeenkomst-10-april-digitale-versie.pdf
_______________
Team landbouw Transitiecoalitie Voedsel
De landbouw staat centraal in de voedseltransitie, omdat hier ecologische, economische en maatschappelijke vraagstukken samenkomen. Boeren produceren voedsel, beheren ruimte, beïnvloeden water- en bodemkwaliteit, en zijn onderdeel van regionale economieën. Tegelijkertijd opereren zij in een systeem dat hen vaak sterk afhankelijk maakt van volume, externe inputs, ketenmacht en korte-termijnprijsdruk. De symptomen van dat systeem zijn inmiddels breed zichtbaar: bodemuitputting, stikstofcrisis, druk op waterkwaliteit en natuur, lage marges, en een groeiende afstand tussen landbouw en samenleving.
Onze analyse: Onder deze zichtbare problemen liggen diepere systeemstructuren. Beleid is historisch gericht op schaalvergroting en productiviteitsstijging, terwijl subsidies en financiële arrangementen vooral ondersteunend zijn aan productievolume. Ketenmacht is geconcentreerd geraakt, en onderliggende paradigma’s (zoals “meer productie is altijd beter”) werken nog steeds door. Juist daarom is de opgave niet simpelweg “verduurzaming” van het bestaande model, maar een herinrichting van het landbouwsysteem — met nieuwe productiepraktijken, verdienmodellen, relaties tussen boer en keten, en verbindingen tussen landbouw, natuur, gezondheid en gebiedsontwikkeling.
Onze rol als loods
TcV helpt partijen navigeren door deze complexe transitie — niet door voor te schrijven wat ze moeten doen, maar door handelingsperspectieven te bieden en coalities te smeden die verandering mogelijk maken. Wij richten ons vooral op de opgaande lijn van de X-curve:
- Nieuwe verdienmodellen: Bijvoorbeeld betaling voor ecosysteemdiensten (biodiversiteit, koolstofvastlegging, waterbeheer).
- Gebiedsgerichte samenwerking: Boeren, overheid en maatschappelijke partijen werken samen aan lokale oplossingen (bijv. via de Boerenraad).
- Kennis en onderzoek: Praktijkgerichte programma’s (bijv. herinrichting GLB, AKIS) die aansluiten bij de behoeften van “Groenboeren”.
Concrete voorbeelden:
- Boerenperspectief: Onafhankelijke begeleiding voor boeren die willen omschakelen naar duurzame praktijken.
- Steunpunt Korte Keten: Professionele ondersteuning voor boeren die willen verkopen via lokale afzetkanalen.
- Gebiedsprocessen: In zeven regio’s werken boerenleiders en beleid samen aan transitiepaden.
Afbouw: Wij wijzen op belemmeringen die moeten worden weggenomen, zoals subsidies die biodiversiteit schaden (bijv. GLB-basisbetalingen) of regelgeving die innovatie remt.