
Vorige week verscheen het rapport Beoordeling van de effecten van financiële en fiscale rijksmiddelen op biodiversiteit van Wageningen University & Research, CE Delft en Naturalis Biodiversity Center over de invloed van directe en indirecte subsidies op onze biodiversiteit. Deze studie bouwt voort op de eerdere RVO-quickscan uit 2023 en vormt een belangrijke stap in de Nederlandse invulling van internationale afspraken.
Waarom is dit relevant?
In het mondiale biodiversiteitsakkoord van Kunming-Montreal hebben landen afgesproken om uiterlijk in 2025 biodiversiteitsschadelijke subsidies en andere financiële prikkels te identificeren. Vervolgens moeten deze uiterlijk in 2030 stapsgewijs worden hervormd, uitgefaseerd of afgeschaft. Wereldwijd gaat het om een vermindering van ten minste 500 miljard dollar per jaar aan biodiversiteitsschadelijke subsidies en prikkels.
Het onderzoek laat zien dat ook in Nederland nog belangrijke financiële regelingen bestaan die negatieve effecten hebben op biodiversiteit. Van de 33 onderzochte agrarische regelingen worden 8 regelingen beoordeeld als negatief of gemengd, overwegend negatief. Gezamenlijk vertegenwoordigen deze regelingen circa 60% van het budget van de onderzochte agrarische subsidies.
De grootste negatief beoordeelde subsidiepost is de landbouwvrijstelling in de winstsfeer, met een budgettair belang van circa €1,4 miljard per jaar. De GLB-basispremie volgt met circa €338 miljoen per jaar en wordt beoordeeld als gemengd, overwegend negatief.
Goed en slecht
Tegelijkertijd laat het rapport zien dat de werkelijkheid complexer is dan het simpele onderscheid tussen ‘goede’ en ‘slechte’ subsidies. Veel regelingen hebben zowel positieve als negatieve effecten op biodiversiteit. Juist daarom is een systematische analyse zo belangrijk. Als we biodiversiteit serieus willen meenemen in beleid, moeten we beter begrijpen welke publieke middelen bijdragen aan onze doelen en welke deze ondermijnen.
De vervolgvraag is misschien nog interessanter: hoe vertalen we deze inzichten naar een hervormingspad waarbij publieke middelen op integrale wijze bijdragen aan biodiversiteit, klimaatbeleid en toekomstbestendige landbouw? Dat is extra relevant omdat de onderhandelingen over het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor de periode 2028–2034 momenteel in volle gang zijn. Juist nu worden de keuzes gemaakt die bepalen hoe publieke middelen de komende jaren worden ingezet.
Over de Transitiecoalitie Voedsel
Één van de prioriteiten van ons programma belonen en beprijzen is om te stoppen met het belonen van activiteiten die schadelijk voor het milieu en biodiversiteit zijn. Juist in een tijd waarin de middelen niet toereikend zijn voor de enorme opgave moeten we zo efficiënt mogelijk gebruik maken van overheidsgeld. De Transitiecoalitie Voedsel jaagt daarom samen met andere stakeholders het maatschappelijk debat over deze schadelijke landbouwsubsidies aan. Wij vestigen de aandacht op subsidies die een niet-toekomstbestendig landbouwsysteem onterecht steunen, met als doel om deze subsidies om te buigen. Zowel in Nederland als in Brussel.
Meer over Belonen en Beprijzen