Skip to main content
NieuwsOpinie

Wat geopolitieke spanningen ons leren over voedselzekerheid

Geschreven door 13 februari 2026februari 16th, 2026No Comments

Opinie, 12 februari 2026

Maritha Werther, programmaleider Belonen en Beprijzen Transitiecoalitie Voedsel 

De wereldorde kantelt, en dat is niet langer een abstract begrip voor strategen en diplomaten. Geopolitieke spanningen, de oorlog in Oekraïne en ontregelende handelsmaatregelen maken iets zichtbaar wat we liever negeerden: ook de productie van ons eten is afhankelijk van politieke ontwikkelingen en grillen elders. Decennialang gingen we ervan uit dat landbouw en voedselproductie probleemloos konden meebewegen met mondiale markten. Wat ergens goedkoper was, kochten we in; wat elders gevraagd werd, exporteerden we. Dat systeem leek efficiënt. Het blijkt kwetsbaar. 

Die kwetsbaarheid zit niet alleen in geopolitieke spanningen, maar ook in de manier waarop we ons landbouw- en voedselsysteem hebben ingericht. Maximale efficiëntie en internationale afhankelijkheid maakten voedsel betaalbaar en overvloedig, maar ook fragiel. Verstoringen in handelsketens, klimaatrisico’s en het verlies aan biodiversiteit leggen bloot hoe dun de veiligheidsmarge is geworden. Wat lange tijd vanzelfsprekend leek -een stabiele aanvoer van voedsel- is dat allerminst meer. 

Dat besef is niet nieuw. Al jaren wijzen ecologen en boeren op uitgeputte bodems en een landbouw die steeds meer vraagt van een systeem dat al onder druk staat. Maar die waarschuwingen leidden vooral tot lokale initiatieven, niet tot een brede omslag. Mogelijk is het de geopolitiek die nu alsnog de doorslag geeft. Niet omdat ecologische argumenten plots overtuigender zijn geworden, maar omdat voedselzekerheid in een instabiele wereld weer wordt gezien als strategisch vraagstuk. Voedselzekerheid verschuift hiermee naar het domein van weerbaarheid en autonomie.  

Voor Europa vraagt dit om een heroriëntatie: meer sturen op robuuste, regionale (Europese, nationale en lokale) ketens. Niet als ideologisch streven, maar als strategische keuze om risico’s te beheersen en ruimte te creëren voor eigen maatschappelijke en ecologische normen die tevens de voedselzekerheid versterken. 

Strategische autonomie veronderstelt echter een productiebasis die standhoudt. Dit brengt ons op een essentieel punt. Een landbouwsysteem dat zijn bodem uitput of onvoldoende is voorbereid op extremere weersomstandigheden, verliest op termijn zijn vermogen om te produceren. Daarmee ondergraaft het precies datgene wat het moet beschermen: voedselzekerheid. Ecologie is dus geen extra ambitie naast strategische doelen, maar is er een voorwaarde voor.Deze afhankelijkheid werd recent ook weer duidelijk gemaakt in het door IPBES uitgebrachte rapport over de impact en afhankelijkheid van het bedrijfsleven van biodiversiteit en de bijdragen van de natuur aan mensen IPBES rapport. 

Minder afhankelijkheid van voedselproductie uit het buitenland vraagt daarom niet alleen om andere handelsstromen, maar om een herontwerp van de productiewijze zelf. Dat kost tijd. Bodems herstellen langzaam en aanpassing aan klimaatverandering laat zich niet afdwingen in korte beleidscycli. Wat vandaag wordt uitgeput, ontbreekt morgen. 

Toch kan een systeem ecologisch verdedigbaar en strategisch logisch zijn, en alsnog vastlopen. Transities komen moeilijk uit de startblokken als ze sociaal niet houdbaar blijken. Wanneer de kosten en risico’s van verandering eenzijdig terechtkomen bij boeren of via prijzen worden afgewenteld op consumenten, verdwijnt het draagvlak. 

Voor boeren is die onzekerheid dagelijkse realiteit. Van hen wordt gevraagd te investeren in lange termijnopgaven, terwijl zij opereren onder wisselend beleid en subsidies die averechtse prikkels afgeven. Zonder perspectief op een stabiel inkomen verandert verduurzaming van een investering in een risico. Een risico dat niet alleen door boeren gedragen kan worden. Maar gedeeld zal moeten worden met overheid, financiers en andere ketenpartijen. En de boeren zelf zijn essentieel in het mede-ontwerpen van dit nieuwe toekomstbestendige systeem. 

Voedselzekerheid eindigt bovendien op het bord van de consument. Een voedselsysteem kan nog zo doordacht zijn, het verliest zijn legitimiteit wanneer gezond en duurzaam voedsel voor een groeiende groep onbereikbaar wordt. Betaalbaarheid is daarom geen tegenargument tegen verduurzaming, maar een randvoorwaarde voor haar succes. 

Een weerbaar voedselsysteem ontstaat waar ecologisch, economisch en sociaal kapitaal samenkomen. Waar bodems worden onderhouden in plaats van uitgeput, waar economische structuren perspectief bieden en waar rechtvaardigheid zorgt voor continuïteit. In een wereld waarin geopolitiek steeds directer doorwerkt in het dagelijks leven, is landbouw een strategische pijler van het beleid. Dat is geen nostalgie. Het is helder vooruitblikken. 

Het nieuwe coalitieakkoord biedt aanknopingspunten om dit te doen. Dit vergt een lange termijn visie van de overheid op een gezond en duurzaam voedselsysteem en een rechtvaardige weg hiernaar toe. Een overheid die richting geeft en betrokken partijen de juiste prikkels geeft om mee te bewegen. Ik zou zeggen: aan de slag! 

 

Maritha Werther
Meer weten over het thema