Skip to main content
NieuwsPublicaties

Bezieling bij ondernemers is de X-factor in gebiedsontwikkeling

Geschreven door 12 februari 2024februari 15th, 2024No Comments

15 februari 2024 door Jan Willem Straatsma


Laten we de bestaande innovatiekracht in gebieden actief bundelen

Creatieve agrarische ondernemers met kennis van zaken weten al lang dat bodem en water sturend zijn bij gebieds- èn bedrijfsontwikkeling. Dat merkte ik vorig jaar, toen ik de deelnemers aan vijf gebiedsinitiatieven twee keer bij elkaar bracht. De ervaringen van ondernemende spilfiguren laten zien dat creativiteit zich niet laat leiden, maar alleen uitdagen. En dat innovatie altijd drie elementen kent: (a) Iets nieuws (b) met toegevoegde waarde (c) in praktijk brengen. Mislukt één van deze drie, dan geen innovatie! Duurzame innovatie vereist samenspel tussen boeren en alle gebiedspartijen, inclusief de vier overheidslagen (gemeente, waterschap, provincie en rijk). Maar de basis is de energie en bezieling van deze ondernemers, die dus ook maar beter de regie kunnen voeren. 

Ontwikkelpraktijken met potentie 

Ik kom tot bovengenoemde inzichten op basis van vijf gebiedsprocessen die de potentie van een dergelijke duurzame innovatie laten zien.

  1. Alblasserwaard/Vijfheerenlanden – Hier kijken boeren vooral naar de potentie van hun gebied om maatschappelijke uitdagingen te realiseren in plaats van angstvallig af te wachten wat er nu weer op hen afkomt. Ruim 350 collega’s slaan – onder begeleiding van een werkgroep van 20 boeren – zelf de hand aan de ploeg en werken aan nieuwe instrumenten zoals een grond- en stikstofbank.
  2. Eemvallei – Zogenoemde ‘burgerboerderijen’ experimenteren met een regionale voedselstrategie en met voedsellandschappen. Ook tien ‘reguliere’ boeren doen mee met nieuwe organisatorische arrangementen en experimenten met lokale financiering. Dit sluit aan op het Initiatief Nationaal Programma Voedsellandschappen, dat potentieel kan gelden voor een derde van alle boeren in Nederland. 
  3. Achterhoek – Deze regio werkt aan het Markemodel; een nieuw verdienmodel waarbij ketenspelers 35 boeren extra belonen voor betere producten en/of diensten.  Deze creatieve ondernemers kunnen het pionieren en innoveren gewoonweg niet laten. Ze werken vanuit het besef dat je een nieuw verdienmodel niet vindt of krijgt, maar dat je het zelf moet organiseren.
  4. Noord-Nederland – Samenwerkende Agrarische Natuur Verenigingen in de drie noordelijke provincies maakten gebiedsoffertes die kunnen dienen als leidraad voor operationalisering. Dit gebeurt op initiatief van gebiedstrekkers, in nauw overleg met gemeenten, provincies, waterschap en LNV. Gemaakte afspraken kunnen 400 tot 800 boeren vooruit helpen. 
  5. De Peel – In deze Brabantse streek zijn net als in de andere gebieden honderden ‘keukentafelgesprekken’ gevoerd. Zo ontstaat inzicht in hoe ondernemers willen bijdragen aan hun eigen bedrijfsontwikkeling, maar ook aan gebiedsontwikkeling. Zo kijkt een groep boomkwekers hoe ze hun bedrijfsvoering volkomen ‘waterneutraal’ kunnen krijgen. 

In alle vijf de gebieden is veel enthousiasme. Er zijn veel betrokken partijen. Er is een mix van private en publieke partijen en financieringsbronnen. Het zijn langdurige trajecten (5 tot 10 jaar).  Het gaat om ondernemers met innovatieve concepten die aan het begin staan van de levenscyclus. Diffusie en opschaling is nog geen thema. En te vaak is er wel aandacht voor sociale en ecologische aspecten, maar geen businesscase-benadering. 

Leerpunten

Ieder systeem, dus ook een bedrijf of een gebied, wil continuïteit in zijn bestaan. Dat lukt alleen als het systeem waarde schept voor zijn omgeving. Zonder waarde toevoeging voor anderen vinden er geen transacties plaats, heeft het systeem geen inkomsten en droogt het op. Waarde creëren voor anderen (inspelen op nieuwe maatschappelijke behoeften dan wel op een marktvraag) doe je vooral met onderscheidende producten en diensten. Daarvoor moeten bedrijven flexibel inspelen op veranderende maatschappelijke eisen. Dat is een grote uitdaging, omdat systemen – dus ook agrarische bedrijven – nooit volkomen flexibel zijn. Geïnvesteerd vermogen en opgebouwde expertise kunnen niet van de ene op de andere dag anders worden ingezet.

De initiatiefnemers in gebiedsprocessen gaan deze uitdaging volop aan. Een belangrijke stap is daarbij dat je het verdienmodel van je bedrijf voor ogen hebt; dat je je bewust bent van je bijdrage aan de maatschappij en waarom de maatschappij je daarvoor beloont. Maar ook vanuit dat perspectief blijven er nog valkuilen genoeg. Zoals: niet ver genoeg vooruit kijken, alleen symptomen bestrijden door te reageren op wat er op ons afkomt of het uit de weg gaan van de confrontatie. Allemaal menselijke tekortkomingen die velen van ons parten spelen.

X-factor

Juist daarom zijn de pioniers zo belangrijk. Zij hebben een bijzondere manier van samenwerken, waarbij vier benaderingen opvallen.

1. Balans tussen het eigen innovatieve netwerk en het bestaande systeem. Hierbij is het gevaar dat een te nauwe samenwerking met het formele netwerk leidt tot inkapseling, waardoor de vitaliteit en energie afnemen;
2. Open innovatie, doordat de  voortrekkers op zoek gaan naar kennis en inspiratie buiten hun eigen sectororganisaties. Verworven kennis wordt direct doorvertaald naar de eigen praktijk;
3. Netwerk, men zoekt bewust contacten en medestanders op verschillende niveaus, want innovatie en braafheid gaan niet altijd samen.
4. Informeel samenwerken kan betere handelingsperspectieven opleveren. Soms kun je op basis van gedeelde waarden landelijk speelruimte creëren om lokaal en regionaal dingen te realiseren (‘boven-over-strategie’). 

Kortom, het ‘geheim’ van de pioniers is dat ze slim weten te opereren, deels binnen het formele systeem en deels via informele netwerken. Ze schaken vaak wel op vijf borden tegelijkertijd. In de meeste gevallen volgen ze autonoom hun eigen innovatieve pad, gebruiken daarbij de speelruimte die het institutionele systeem hen biedt zonder zich volledig aan de spelregels van dit systeem aan te passen. Een rol die veel van hen vraagt en alleen gespeeld kan worden vanuit bezieling én ondernemerschap. Vandaar dat bezieling ook wel de X-factor van gebiedsontwikkeling wordt genoemd. 

Community of Practice

De leerpunten uit de praktijk van de genoemde gebiedsinitiatieven kunnen ons helpen bij de doorontwikkeling van de gebiedsgerichte aanpak. Daartoe brengen we de lef, de veranderkracht en het mobiliserend vermogen van de bezielde pioniers bij elkaar in wat officieel een Community of Practice heet; ik noem het zelf liever een ‘doe-tank’. Om elkaar en andere partijen te informeren, te inspireren en bij de les te houden. Omdat duurzame innovatie niet een project is dat op een gegeven moment stopt omdat het ‘klaar’ is. Het gaat er juist om dat we blijven leren, dat we willen blijven verbeteren. Zodat de zo gewenste landbouwtransitie niet iets is waar we alleen maar over blijven praten. Maar een daadwerkelijke beweging wordt om het (probleem)oplossend vermogen te vergroten. Bij de gebiedsinitiatieven zelf, bij hun dirigenten – de bezielde ondernemers –  en bij provincies en LNV.


TcV pleit ervoor om het principe ‘bodem en water sturend’ – en daarmee de gebiedsgerichte aanpak – langdurig tot uitgangspunt van beleid te maken. Om dit thema verder uit te diepen en door te ontwikkelen, zullen op deze pagina diverse columns verschijnen. Columns die uitdagen en vragen oproepen. Graag vragen we hiervoor ook jouw mening, zodat we onze inspanningen kunnen richten op de aspecten die het meeste perspectief bieden en als eerste dienen te worden geadresseerd. Zo help je ons bijvoorbeeld al door onderstaande vragenlijst te beantwoorden. Dit kost hooguit enkele minuten. Doe je mee?

[button color=”accent-color” hover_text_color_override=”#fff” size=”medium” url=”https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLScPz3XCl_Lo_XPPzEpJqFI8IyMYSXBHvyGZfNS_u7QWSkNoYQ/viewform” text=”Klik hier om de vragenlijst in te vullen” color_override=”#78cd6e”]