Nieuws

Tweede toekomstverkenning agrofoodsysteem

By 23 mei 2019 september 5th, 2019 No Comments

Hoe ziet een toekomstig duurzaam en gezond voedselsysteem eruit? Zo’n 50 experts, dwarsdenkers en voorlopers uit het Transitiecoalitie Voedsel netwerk komen in april, mei en juni 2019 bijeen om buiten de bestaande kaders te denken en denkbeelden, scenario’s en transitiepaden te verzamelen. Met als doel om een aantal scenario’s te ontwikkelen als inspirerende input voor het nationale debat over de toekomst van ons landbouw- en voedselsysteem en voor een breed gedragen strategische koers van de Transitiecoalitie Voedsel. De rijkheid aan visies en expertises in de leden- en relatiekring van de Transitiecoalitie Voedsel zijn hiervoor een geweldige basis. De toekomstverkenningen worden geleid door Frederike Praasterink en Pieter Jelle Beers van de HAS Hogeschool, samen met een klein team van mensen uit de Transitiecoalitie Voedsel en de strategiegroep.

Tweede toekomstverkenning van ons agrofoodsysteem
De tweede sessie van de toekomstverkenning van het agrofoodsysteem vond plaats op 23 mei op de HAS in Den Bosch. Het thema: toetsen en verrijken van de vijf ontwikkelde toekomstbeelden uit de eerste toekomstverkenning.

Pieter Jelle Beers begon met het schetsen van de transitie opgave: waar zijn we nu en waar willen we naartoe? En hij benoemde drie zekerheden, namelijk: meerduidigheid, onzekerheid en controverse.

Dit leek in eerste instantie zeker te kloppen. Met een salespitch trachtten deelnemers hun toekomstbeeld van utopie tot praktisch haalbaar te verwaarden.

Volgens de ecologisch intensivisten is het een misvatting dat ecologie en economie niet samen kunnen gaan. Dit vereist enkel de kundigheid om ecologische rijkdom en functionaliteit van agrosystemen te intensiveren, versterken en verduurzamen als basis voor onze economie.

De voedseldemocraten schetsten een beeld van autonome voedselgemeenschappen (500-5000 groot) voorzien van gezamenlijke keukens, huiskamerrestaurants en een eigen voedselgraaf om alles in goede banen te leiden. Elk met een eigen soort governance model, gebaseerd op gedeelde brede waarden.

Personalised foodies and nutritionisten pleitten voor een perfecte aansluiting tussen vraag en aanbod van ons eten. Van mass-production naar mass-customization. Dit verandert ook veel maatschappelijke rollen: de supermarkt als gezondheidsadviseur, de boer als dokter van de toekomst.

De high-tech voedselhackers schetsten een toekomst puur gericht op gemak. “Er is geen voedsel zonder E-nummers. Dan weet je namelijk dat het veilig en goed is.” Wat je mist in je dieet wordt toegevoegd door jouw computer, middels een dagelijkse meting in je bloed.” Kortom: “We zijn veel minder tijd kwijt aan voedsel en eten, en leven lui en gezond.”

Deze toekomstbeelden maakten veel los. “Kan een voedselflat dezelfde mate van vitaliteit van voeding kan bieden als die uit volle grond?” “Amsterdam opdelen in autonome voedselgemeenschappen van 500-5000 wordt een hele klus.”

Patrick Kaashoek bracht de gemoederen tot bedaren met zijn voorstel om middels een voedseldemocratie verschillende waardesystemen naast elkaar te laten bestaan. Dit vereist wel enkele randvoorwaarden, bijvoorbeeld true pricing. “De maatschappelijke bottom line beweegt omhoog; voor alle partijen in de markt in alle voedselcirkels.”

Ook Drees Peter van den Bosch bracht enige realiteitszin in met een haalbare en écht circulaire uitrol van de visie van Carola Schouten. Hij pleitte voor een netto uitstoot van nul binnen grootschalige autonome voedselregio’s, waarin verschillende gebieden zich specialiseren op het grootschalig verduurzamen van hun klimaat- en plaatsgebonden productie (bijvoorbeeld het Westland als dé aardappelregio van Noord Europa).

Een inventarisatie toonde aan dat bij ieder toekomstbeeld grofweg de helft van de zaal of meer zich thuis voelt. Dat wil zeggen dat deze diversiteit aan beelden wel leeft onder deze voedselveranderaars. Het gaf ook aan dat, hoe tegenstrijdig dan ook, de verschillende toekomstbeelden elkaar wel nodig hebben, of in ieder geval complementeren.

Tijdens de verdiepingsronde werden de toekomstbeelden concreter, en zagen we, gevoed door de realiteit van klimaatverandering en de vermeende noodzaak voor relatief vergelijkbare spelregels, de overlap en haalbaarheid gelijktijdig stijgen.

De eco-intensivisten deden een stapje terug in radicaliteit en deden een handreiking naar het nieuwe beeld van grootschalige circulariteit. Zij omarmen ondertussen de Herenboeren én de Unilevers van deze maatschappij want deze gaan van mono-internationaal naar poly-regionaal. Terwijl volgens de grootschalige circulairen de macht juist meer bij de klimaatbewuste en bestendige boer komt te liggen. Aangezien er hier weinig van over zullen zijn, door klimaatverandering resulterend in voedselcrisis, zijn de rollen omgedraaid en zal de macht nu bij de lucky few farmers liggen. De boer wordt hip en neemt de plek in van Unilever en Coca-cola. We betalen wel iets meer voor deze boeren-merkproducten maar zo betalen we gelijk de prijs van klimaatverandering en een gezond en duurzaam dieet voor mens en planeet.

Velen zagen ook in dat verschillende doelgroepen logischerwijs niet samen zullen komen. Bio en bulk, buiten en binnen boeren. Dit vereist dan ook de (verdere) ontwikkeling van verschillende (voedsel)systemen naast elkaar om deze doelgroepen te bedienen: een voedselflat naast de stad, versus een extensief beheerd veenweidegebied met een voedselbos aan de rand in het buitengebied.

Hoewel nog gevoed door de extreme polarisatie vanuit de eerste sessie, bracht binnen deze sessie de realiteit van klimaatverandering en de vermeende noodzaak voor relatief vergelijkbare spelregels, zoals true costing, de beelden dichter bij elkaar dan verwacht.

Kortom: we kunnen niet op één manier de transitie vormgeven, en radicale veranderaars zullen aan de hand van veranderde spelregels op verschillende schaalniveaus met verschillende schalen van waarden hun doelgroep moeten vinden/het voedselsysteem moeten heruitvinden. Dat hier (gezamenlijke) spelregels voor nodig zijn, dat is een feit. Of deze verschillen, per land, per stad of per voedselregio dat is nog de vraag.

De derde toekomstverkenning gaat verder in op kansen en obstakels, sleutelmomenten, handelingsperspectief; hoe komen we van toekomstbeelden naar scenario’s?