Skip to main content
Nieuws

Harde randvoorwaarden nodig om gebiedsgerichte aanpak van minister Van der Wal te laten slagen

Geschreven door 25 april 2022No Comments

In de week van de gebiedsgerichte aanpak spraken wij meerdere keren met verantwoordelijk minister Van der Wal. Zowel in een persoonlijk gesprek als tijdens de MeetUp die TcV aan dit onderwerp wijdde werd duidelijk dat het aan ambities niet ontbreekt. Tegelijkertijd is er over concrete gebiedsdoelstellingen, over rollen en verantwoordelijkheden en over het proces nog veel discussie en verwarring. “Gebiedsprocessen zijn ingrijpend en vragen om maatwerk. Het is van belang dat partijen elkaar op gebiedsniveau gaan vinden en zoeken naar gemeenschappelijke belangen. Het gaat immers over de grondslagen van ons voedselsysteem, over cruciale natuur, bodem, water, landschap en over de toekomst van onze boeren”. 

Dat zei minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof) tijdens de #TcVConnected MeetUp  ‘Gebiedsgerichte aanpak: toverwoord of achilleshiel?’ die de Transitiecoalitie Voedsel op 20 april hield. 

Veilige tussenruimte
Gevoed door de discussie tijdens de MeetUp sprak een kleine delegatie uit onze kring later in de week met de minister verder over concrete randvoorwaarden die in onze ogen nodig zijn om de gebiedsgerichte aanpak te kunnen laten slagen. Daarin hebben we vooral aandacht gevraagd voor de sociaal psychologische aspecten van de boeren die nu voor een grote omslag staan. In dat gesprek deden Danielle de Nie (Wij.land) en Jan Ham (Boerenraad) een nadrukkelijk appèl op de minister om middelen vrij te maken voor organisaties die dichtbij de boer staan en door boeren worden vertrouwd om hen te kunnen ondersteunen in deze cruciale fase van hun leven.

Jan Ham: “de overheid is er voor duidelijke doelen en daarmee ook voor onaangename boodschappen. Helaas is er inmiddels zoveel wantrouwen onder boeren dat de overheid niet de partij is die hen kan bijstaan bij de ingrijpende en vooral ook sociaal psychologische beslissingen die zij moeten nemen. Boeren hebben een ‘veilige tussenruimte’ nodig om zich te kunnen beraden en nieuwe plannen te kunnen maken. Onder de naam Boerenperspectief komen binnenkort een aantal door boeren vertrouwde organisaties bijeen voor een plan om deze veilige tussenruimte te kunnen bieden. Minister steun hen daarbij! Maar blijf als overheid ook op afstand”. Aldus Jan Ham die dit appèl deed namens een aantal initiatiefnemers van dit plan, waaronder Boerenraad, De Plaatsen, BoerenNatuur en Wij.land. 

Perspectief
Een ander belangrijk punt dat we bij de minister onder de aandacht hebben gebracht is de noodzaak van een inspirerende visie op de toekomst van de landbouw en het landelijk gebied. Een wenkend perspectief. Een dergelijke visie ontbreekt in de huidige kabinetsplannen. Uit de transitiekunde weten we dat transities in fases verlopen. Fases waarin elke betrokken partij een eigen rol moet spelen die past bij de fase waar we in zitten. De landbouwtransitie bevindt zich op dit moment globaal gesproken in fase 2. In die fase, waarin er al veel voorbeelden zijn dat het anders kan maar het oude paradigma nog overheerst, wordt van de overheid visie gevraagd. Een visie die breed wordt gedragen en die aangeeft wat het lange termijn perspectief voor boeren is. Zodat boeren en andere landgebruikers zich daarop kunnen aanpassen en hun ondernemerschap hier volop voor kunnen inzetten. Die visie is ook noodzakelijk als leidraad voor alle maatregelen die nu worden uitgewerkt voor vraagstukken als stikstof, klimaat, waterkwaliteit etc. Zolang die gemeenschappelijke visie er niet is, is het overheidsbeleid als een schip zonder koers dat van haven naar haven vaart zonder te weten waar het met de landbouw en het landelijk gebied wil uitkomen. En dan ook nog eens een schip met zeven kapiteins erop: met zeven ministers die elk verantwoordelijk zijn voor belangrijke delen van de portefeuilles landbouw, natuur, bodem, water, klimaat, leefomgeving en ruimtelijke ordening. Dat is vragen om chaos en frustratie. Het risico van schipbreuk is hiermee niet ver weg.

Toverwoord of achilleshiel?
In de MeetUp die aan het gesprek met minister Van der Wal vooraf ging kwamen bovengenoemde punten ook aan de orde.

De minister opende de MeetUp met een toelichting op haar recente beleidsbrief:  “Mijn ministerie heeft financiële en andere middelen ter beschikking om gebiedsprocessen te ondersteunen. Tegelijk wil ik ook duidelijkheid geven over een aantal landelijke opgaven en de doelen die daarbij horen, zoals het doel om in 2030 74% van de gebieden onder de kritische depositiewaarden voor stikstof te brengen. De doelen zijn maatgevend voor het proces”. 

Daarmee verwoordde ze zelf de spanning die ook verder in de MeetUp naar voren kwam: idealiter worden gebiedsprocessen vooral ‘bottom-up’ ingericht, waarbij betrokkenen – met name boeren en natuurbeheerders maar ook andere belanghebbenden – afspraken maken over de ontwikkeling van een gebied en hun eigen toekomst daarin. Maar ‘top-down’ doelen en min of meer opgelegde  werkwijzen of beoogde uitkomsten verstoren al snel een open proces. Boerin Monique van der Laan, van De Beekhoeve, heeft als koploper laten zien dat  biodiversiteit, hoogwaardige producten, flinke stikstofreductie en goed waterbeheer te combineren zijn. Maar ze zegt zich regelmatig ‘moedeloos’ en ‘overvallen’ te voelen door wat er uit het ministerie van LNV komt. Ze geeft aan dat voor succesvolle gebiedsprocessen vertrouwen zal moeten groeien. 

Jan-Willem Erisman, Universiteit Leiden en ook wel bekend als de stikstofprofessor, laat aan de hand van het voorbeeld Schiermonnikoog zien dat het toch mogelijk is top-down-doelen rond  stikstof en waterkwaliteit op een goede wijze met een bottom-up-proces te realiseren. Alle betrokkenen, met de boeren voorop, hebben daarin een belangrijke rol gespeeld. Dat kost veel tijd, legt Erisman uit, in dit geval wel een jaar of zeven, maar het lukt wel, en tot tevredenheid van de deelnemers. Daarbij is voor de boeren op het eiland  een blijvend perspectief ontstaan, zonder dat één van hen moest worden uitgekocht. Hij geeft enkele richtlijnen mee voor de schaal waarop gebiedsprocessen zich het beste kunnen afspelen: hele harde criteria zijn er niet, maar het helpt zeer als er in het gebied een zekere natuurlijk-ecologische (bodem, landschap, waterhuishouding) en sociaal-culturele samenhang is. 

Naam en toenaam
Jan Pieter van der Schans, wethouder in Ede, benadrukt hoe belangrijk het is de spelers te kennen. De gemeente staat dicht bij de belanghebbenden, en is daarmee in een goede positie om in vertrouwen een rol te vervullen. De gemeente Ede kent alle 660 boeren in het Edese deel van de Gelderse Vallei met naam en toenaam, kent hun ambities en situatie, en heeft met iedereen gesproken. Dat maakte het mogelijk oplossingen te vinden met respect voor elkaar, en voor soms eeuwenoude tradities, en met respect voor de landschappelijke en natuurwaarden. Hij roept niet alleen minister Van der Wal maar ook haar collega-bewindspersoon Henk Staghouwer op echt gezamenlijk op te trekken. Als er eerst een brief van de ene minister komt die commotie bij de boeren veroorzaakt en pas 2 maanden later verdere voorstellen van de andere minister, dan wordt dat slecht begrepen. Het is moeilijk van betrokkenen te vragen integraal naar hun gebied te kijken als de beleidsbrieven als fragmentarisch worden gezien.

Alex Datema, melkveehouder in Groningen, voorzitter van BoerenNatuur en betrokken bij de Boerenraad, legt uit hoe de situatie van een boer bepaalt hoe beleidsuitspraken gelezen worden. En gemakkelijk verkeerd overkomen, zoals ook de moedeloosheid die Monique van der Laan onder woorden bracht liet zien. Datema benadrukt hoe belangrijk het is om zicht te hebben op hoe de landbouw er in de toekomst uit kan komen te zien. Daar horen ook instrumenten, duidelijke maatregelen, geldbedragen en een tijdshorizon bij. Dat is het soort helderheid waar boeren aan aflezen in welke richting ze zich het beste kunnen ontwikkelen. Hij voegt eraan toe dat van de boeren veel wordt verwacht. Om hun bijdrage te kunnen leveren verdienen de boeren steun van door hen vertrouwde partijen die over de goede expertise beschikken. Hij stelt de minister dan ook voor om de sector zelf een belangrijke rol te geven bij het aangaan van het veranderproces, gebruikmakend van de vele lopende initiatieven en lokale netwerken die al in vertrouwen met boeren samenwerken. Daar is een plan voor gemaakt onder de titel Boerenperspectief. 

Vertrouwen
In reactie laat minister Van der Wal weten daar zeker oren naar te hebben. Ze onderstreept dat boeren in gebiedsprocessen gelijkwaardig aan tafel moeten kunnen zitten. Ze legt uit dat de middelen bij het ministerie ook bedoeld zijn om dergelijke processen te ondersteunen. “Het gaat mij niet primair om een uitkoopregeling”, benadrukt ze. Ze betreurt het dat het zo af en toe wel gezien wordt. Maar er zijn nu eenmaal gebieden waar alle seinen voor de natuur op rood staan. En dat betekent dat er in die gebieden snel oplossingen moeten komen, graag met alle mogelijke opties op tafel en alle belanghebbenden aan tafel. “Kom maar op met alle goede ideeën; gegeven de doelen en de kaders van het coalitieakkoord sta ik overal open voor”, aldus minister Van der Wal aan het slot van haar bijdrage aan de MeetUp.


Ondersteun onze oproep en teken mee
‘Regie op ruimte’

Op de hoogte blijven?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief en volg ons op LinkedIn en Twitter.

Sluit je aan
Transitiecoalitie Voedsel bestaat dankzij haar leden. Ook bijdragen en het werk van TcV mogelijk maken? Word lid.

Meer weten over het werk van TcV rond Duurzame Landbouw?
Neem contact op met kwartiermaker Willem Lageweg via willem@transitiecoalitievoedsel.nl
Lees hier ook zijn column: Gebiedsgerichte aanpak, een gamechanger?

Transitiecoalitie Voedsel

Postadres
Stichting Transitiecoalitie Voedsel
Waterweg 64
3731 HM De Bilt

Transitiecoalitie voedsel

© 2022 Transitiecoalitie Voedsel